Ring of Kerry

De Ring of Kerry is een 180 kilometer lange route over het schiereiland Iveragh. De meeste mensen beginnen in de plaats Killarney aan deze route. Deze route is bekend om zijn mooie landschap. Ook passeer je leuke plaatsjes.

Zoals ik net al heb gezegd vertrekken de meeste mensen vanuit Killarney. Dit is een bekende plaats met veel leuke bezienswaardigheden in het stadje zelf en in de omgeving. Ook zijn er verschillende winkeltjes, restaurants en hotels te vinden.

Het wordt aangeraden om de route tegen de klok in te rijden. Als eerste kom je dan bij het plaatsje Killorglin wat op een heuvel is gelegen. De rivier de Laune stroomt door het dorp. Dit plaatsje is beroemd om de Puck Fair die in augustus wordt gehouden. Tijdens het evenement wordt er een geit tot ‘koning’ gekroond. Er is een standbeeld van een geit te zien bij de brug waar je de rivier oversteekt en het dorp in rijdt.

De route gaat verder richting Glenbeigh. In de buurt van dit dorp heb je de Glenbeigh Towers. Dit zijn de ruïnes van het kasteel dat hier in 1867 gebouwd werd. Ook al zijn de ruïnes niet toegankelijk je kunt ze wel van een afstandje bekijken.

We vervolgen de weg richting Caherciveen. Hier is de Katholieke kerk te bezoeken. De kerk is vernoemd naar Daniel O’Connell die hier in 1775 geboren is. Het huis waar hij geboren is ligt ten oosten van Caherciveen. Er is niet zoveel meer over van het huis alleen ruïnes. Een andere bezienswaardigheid vlakbij Cahericveen is Cahergall. Dit is een stenen ringfort en is gebouwd in de 7e eeuw. Iets verderop ligt het Leacanabuaile, een ander ringfort. Deze werd in de 9e eeuw gebouwd.

Even verderop de route ligt Valentia Island dat eigenlijk niet helemaal op de route ligt. Je moet even van de route af om het te bezoeken. Valentia Island is door middel van een brug verbonden met het vaste land. Ook is er een mogelijkheid om met de boot naar het eiland te gaan. Het eiland is 11 kilometer lang en bekend om de watersportmogelijkheden. Vlakbij de brug naar het vaste land is het Skellig Experience Centre. Hier is informatie te vinden over de Skellig Island. De zee rond deze eilanden is 50 meter diep en er zijn hier reuzenhaaien, schilpadden en dolfijnen te vinden. Vanaf het zuidwestelijk punt van Valentia Island liep in 1866 de eerste trans-Atlantische kabel naar Newfoundland in Canada. In de voorgaande jaren waren er al verschillende pogingen gedaan maar in 1866 lukte het dus echt. Er is een monument te bezichtigen op Foilhommerun Cliff.

Vanaf Valentia Island kun je weer terug naar de route vanwaar we naar Waterville gaan. Dit dorp is gelegen aan de kust van Ballinskelligs Bay, die in het westen ligt. In het oosten heb je Lough Currane. De Currane rivier verbindt de twee met elkaar. Dit plaatsje is vooral in trek bij vissers omdat er in de nabije omgeving verschillende plekken zijn waar je kunt vissen. Ook zijn er mogelijkheden om te golfen op een van de golfbanen in de buurt. In het dorpje zelf zijn er verschillende pubs en restaurant waar je van een maaltijd kunt genieten. Ook zijn er winkeltjes en er zijn verschillende overnachtingsmogelijkheden in het dorp zelf en in de directe omgeving.

Wanneer we verder gaan op de route komen we bij een uitkijkpunt vanwaar je een mooi uitzicht hebt. Het ligt 215 meter boven het zeeniveau en is een leuk punt om even te stoppen en van het prachtige uitzicht te genieten.

De volgend plaats is Caherdaniel, gelegen tussen de bergen en de zee. Vanaf hier kijk je uit over Derrynane Bay met z’n mooie stranden. In de buurt van Derrynane bevindt zich het Derrynane House. Hier woonde Daniel O’Connell. Het is nu een museum en kan dus bezocht worden. Rondom het huis is een schitterende tuin.

Weer verder rijdend komen we aan bij de plaats Sneem. Het dorp is in tweeën gedeeld doormiddel van een stenen brug over de rivier die ook Sneem wordt genoemd. De plaats doet leuke aan met gekleurde huisjes, winkeltjes en restaurantjes. Er zijn verschillende monumenten/standbeelden te bezichtigen waaronder dat van Cearbhaill O’Dalaigh, Charles de Gaulle en John Egan.

Kenmare is de volgende plaats die we aandoen. Kenmare werd in 1670 gesticht door William Petty. Deze plaats is bekend om zijn kantwerk. In de vele pubs die deze toeristische plaats telt is regelmatig livemuziek te horen. Er zijn verschillende winkeltjes te vinden.

Als we Kenmare verlaten komen we bij Moll’s Gap. Dit is een bergpas tussen Kenmare en Killarney. Hier heb je een fantastisch uitzicht op de MacGillycuddy’s Reeks bergen. Je hebt een mooi uitzicht over de Black Valley.

Verder richting Killarney komen we door een stuk van het Killarney National Park. Ladies View is een belangrijk uitkijkpunt. De naam verwijst naar de hofdames van Koningin Victoria die deze plek in 1861 bezochten. Ook komen we in de buurt van Torc Waterfall die 18 meter hoog is. De top is te bereiken via een pad.

Even voor Killarney liggen nog het Muckross House dat zeker een bezoek waard is. Dit in Tudorstijl landhuis werd in 1843 gebouwd en kijkt uit over de meren. Er is een museum ondergebracht over het leven in County Kerry en de geschiedenis van Zuidwest Ierland. Op loopafstand ligt Muckross Farm. Op deze boerderij wordt nog steeds op de ouderwetse manier landbouw bedreven.


Sevilla

Andalusië is een autonome regio in het zuiden van Spanje en is een bekende toeristische bestemming. De hoofdstad is Sevilla dat aan de rivier de Guadalquivir gelegen is.  De Moorse architectuur is nog volop aanwezig in Andalusië. Een voorbeeld daarvan is het Alhambra in Granada. Er zijn veel leuke plaatsen te bezoeken in dit deel van Spanje.

Zo had ik het net al over de hoofdstad Sevilla. Er zijn veel bezienswaardigheden in deze stad. Een ervan is Torre del Oro. Deze toren ligt aan de rivier en was bedoeld als een verdedigingstoren. De toren dateert uit de 13e eeuw en in 1760 werd er tijdens een verbouwing nog een klein torentje aan toegevoegd.

Een andere bekende toren is de Giralda. In 1184 zijn ze begonnen met het bouwen en in 1198 was hij klaar. De toren werd van een nieuwe top voorzien wat tussen 1558 en 1568 gebouwd is. Die bestaat uit 25 klokken en een beeld van het geloof. De bijnaam van dit beeld luidt de Giraldilo.

De Giralda maakt deel uit van de Kathedraal Maria de la Sede. Deze kathedraal is gebouwd waar vroeger een moskee stond. Hij is gebouwd in 1248 er zijn van de oorspronkelijke moskee nog een paar delen overgebleven. Een ervan is de Patio de los naranjos wat Sinaasappelhof betekent. In 1401 werd besloten om de Kathedraal in Gotische stijl te bouwen en dat duurde tot 1506. In de kathedraal is het praalgraf voor Christoffel Columbus te bezichtigen.  Er is ook twee schilderijen te zien van de kunstschilder Bartolomé Murillo. Andere schilderijen zijn gemaakt door o.a. Fransisco Zurbaran en Jacob Jordaens. In de kapel Capilla Mayor bevindt zich het hoofdaltaar met gotisch houtsnijwerk. In het midden is het beeld van Maria de la Sede.

Het Koninklijk Paleis van Sevilla is waarschijnlijk het oudste van Europa dat nog deels gedeeltelijk zo gebruikt wordt. Een bekend deel van het paleis is Patio de las Doncellas met z’n langwerpige vijver. Deze is omgeven door verzonken tuinen en een galerij naar de ontvangstzalen van het paleis. De Salón de Embajadores met zijn indrukwekkende koepel van bewerkt cederhout mag je niet missen. Ook zijn er mooie tuinen met vele vijvers, bomen en paviljoens. Gedeeltes van de films Lawrence of Arabia en Kingdom of Heaven werden in het paleis opgenomen alsmede werd er voor de serie Game of Thrones hier gefilmd. 

Net buiten het historische centrum bevindt zich het Plaza de España. Het werd in 1929 aangelegd ter gelegenheid van de Ibero-Amerikaanse tentoonstelling. Er zijn op dit plein 52 fresco’s/ tegelmozaïeken te bewonderen. Het plein wordt omgeven door gebouwen die voor het merendeel worden gebruikt door de overheid. Een grote fontein staat midden op het plein deze is omringt door een kanaal met 4 bruggen eroverheen. Het plein was ook het decor voor de films Lawrence of Arabia, Star Wars: Episode II – Attack of the Clones en de film The Dictator.

In het Maria Luisa Park staan de gebouwen van de Ibero-Amerikaanse tentoonstelling die in 1929 gehouden werd. Maar het park bestaat al langer. Oorspronkelijk behoorde het park bij het San Telmo maar in 1893 werd het door Maria Luisa, de dochter van de hertog aan de stad Sevilla geschonken. Vanaf dat moment werd het een openbaar park. In 1911 begon de tuinarchitect Jean-Claude Nicolas Forestier met de herinrichting van het Park. Er zijn veel monumenten in het park te vinden. Een ervan is het monument voor Gustavo Adolfo Bécquer. Het is een beeld van de dichter samen met drie vrouwen en staat onder een boom. Ook het plein Plaza América is een bezoek waard. Hier zijn veel duiven te vinden en daarom wordt het ook wel het Duivenpark genoemd.

Dit waren maar een aantal van de bezienswaardigheden die deze prachtige stad rijk is. Er zijn nog veel meer leuke dingen te bezoeken in deze plaats maar ik hoop je een idee te hebben gegeven van wat er allemaal te doen is.


Dublin

Dublin is de hoofdstad van Ierland en deze stad werd gesticht door de Vikingen in ca. 988. De meeste bezienswaardigheden liggen op loopafstand van elkaar. Een leuke straat om te winkelen is Grafton Street. Dit is een alleen voor voetgangers toegankelijke straat met veel winkels en restaurants.

Hieronder volgen een aantal bezienswaardigheden die je kunt bezoeken.

In St. Stephen’s Green worden tussen de middag concerten gegeven. Verder is dit park een oase van rust en is het omringt door mooie gebouwen. In het park zijn beelden te vinden van bekende Ieren. De concerten worden zomers in de muziekkapel gegeven. De muziekkapel stamt uit 1887 en de concerten zijn gratis te bezoeken.

Het Trinity College werd in 1592 gesticht door koningin Elizabeth I en staat op de plaats waar een Augustijner klooster stond. De universiteit was eerst voornamelijk Protestants maar sinds 1970 gingen er ook meer Katholieken studeren. De belangrijkste bezienswaardigheden zijn de Old Library en het Book of Kells. Op het terrein staat de Campanile, een 30 meter hoge klokkentoren uit 1853. Het oudste gedeelte van de universiteit stamt uit omstreeks 1700 en staat bekend onder de naam de Rubics. Dit roodstenen gebouw staat aan de oostkant van Library Square. De Old Library stamt uit 1732 en is 64 meter lang. Er bevinden hier 200.000 antiquarische teksten. Tevens bevindt hier zich de oudste harp van Ierland. In de Treasury wordt het Book of Kells bewaard. Dit middeleeuwse manuscript werd waarschijnlijk gemaakt door monniken van Iona die in 806 gevlucht waren naar Kells. In de 17e-eeuw werd het naar het Trinity College gebracht om daar bewaard te worden. Het Book of Kells is geschreven in het Latijn en bestond oorspronkelijk uit een deel maar na restauratie bestaat het uit vier delen.

De buurt rond Dublin Castle wordt al sinds de prehistorie bewoond. Dublin Castle wordt gezien als symbool van de Engelse overheersing. Het is gebouwd op de plek van een Vikingfort. Er is van het oorspronkelijke gebouw weinig meer over, alleen de Record Tower uit 1258. Na een brand in 1684 zijn de Upper- en Lower Castle Yards weer opnieuw ingericht door hoofdopzichter William Robinson. Aan de zuidkant van de Upper Yard op de eerste verdieping bevinden zich de luxueuze State Appartments. Waaronder de St. Patrick’s Hall die bewoond werd door de Onderkoningen van Ierland. De onderkoningen waren door de Engelse benoemt.

In 1774 bouwde Robert Mack het Powerscourt House als stadsverblijf voor de burggraaf Powerscourt. Deze laatste had een landgoed in Enniskenny. Hier komt ook het graniet vandaan dat voor de bouw van het Powerscourt Townhouse gebruikt is. Nu is het een winkelcentrum met een mooi binnenplein met een glazen koepel.

De Temple Bar is bekend om z’n goede uitgaansgelegenheden, restaurants en winkeltjes. Nadat de buurt vervallen raakte wilde het nationale Ierse vervoersbedrijf (CIE) stukken grond in deze buurt kopen om er een groot busstation te bouwen. In de tijd dat hierover besprekingen waren verhuurden ze diverse oude pakhuizen aan kunstenaars. De bewoners van de buurt wisten de CIE te overtuigen om niet door te gaan met de plannen om er een busstation te bouwen. Daarom zijn er nu veel galerieën te vinden. Ook zijn er diverse restaurants, café’s en traditionele pubs te bezoeken. En er is in de zomer veel straattheater.

Foto: Leonhard Niederwimmer @pixabay.com

De Dublinia Expositie behandelt de ontstaansgeschiedenis van Dublin met de komst van de Anglo-Normandiers in 1170 tot de sluiting van het klooster rond 1540. De tentoonstelling bevindt zich in Synod Hall. Daar heeft in 1983 het bestuur van de Church of Ireland gehuisd. Met een loopbrug is de Synod Hall met de Christ Church Catherdral verbonden. De St. Michael’s Tower is met z’n 60 meter een mooi uitkijkpunt met uitzichten over Dublin. In 1172 gaven Richard de Clare (Strongbow) en aartsbisschop Laurence O’Toole opdracht tot het bouwen van de Christ Church Catherdral. Dit gebeurde op de plaats waar een houten kerkje stond. Dit kerkje werd gebouwd in 1038 in opdracht van Sitric Silkenbeard die koning was van de Noormannen in Dublin. In het zuidelijke gangpad is een grafmonument van Strongbow te bezichtigen. In 1871 startte de grote renovatie van de Kathedraal en de Synod Hall.

De grootste kerk van Ierland is de St. Patrick’s Cathedral. Deze staat op de plek waarnaar zeggen de heilige Patrick omstreeks 450 na Christus mensen doopte in een bron. Een houten kapel stond hier tot 1191. Aartsbisschop John Comy besloot in dat jaar een stenen kathedraal te bouwen. Een groot gedeelte van het gebouw dateert uit de periode van 1254 tot 1270. In de jaren 60 van de 19e-eeuw onderging de kathedraal met behulp van financiën van Benjamin Guiness een grootschalige restauratie. De 43 meter hoge Minot’s Tower staat aan de westkant van het 91 meter lange gebouw. De schrijver Jonathan Swift ligt hier begraven. Er is een speciaal hoekje ingericht waar verschillende memorabilia te bezichtigen te zijn.

In 1922 werd de O’Connell Street vernoemd naar Daniel O’Connell, daarvoor heette de straat Sackville Street. Aan deze straat staan een aantal bekende gebouwen zoals: General Post Office en het warenhuis Clery’s. Vlakbij de O’Connell Bridge staat het monument ter nagedachtenis aan Daniel O’Connell.

Van 1780 tot 1971 werd in de Old Jameson’s Distillery whiskey geproduceerd. Nu is er een grote tentoonstelling te zien. Er is een videovoorstelling en een rondleiding. En natuurlijk is er gelegenheid om whiskey te proeven in de bar.

Ten westen van het centrum van Dublin ligt het Phoenix Park. Dit is een van de grootste stadsparken van Europa en is omgeven door een 11 kilometer lange muur. Het Park ontstond in 1662 toen de hertog van Ormonde het veranderde in een hertenkamp. In 1745 werd het park voor het publiek geopend nadat het terrein opnieuw ingericht was. De op twee na oudste dierentuin is de Zoological Gardens die uit 1830 stamt. In het park zijn meerdere monumenten te vinden o.a. het Phoenix-zuil, de obilisk van Wellington en het Pauselijke kruis. Ook de residentie van de Ierse president bevindt zich in het park. Het bezoekerscentrum is gevestigd in het enige voor publiek toegankelijk gebouw Ashtown Castle genaamd. Dit is een 17e-eeuwse burchttoren. Hier is een tentoonstelling te bezoeken.

Natuurlijk mag een bezoek aan de Guiness Hop Store niet ontbreken. De tentoonstelling ‘The World of Guiness’ is in het 19e-eeuwse pakhuis dat vroeger dienstdeed als hopopslag. De tentoonstelling behandelt het brouwen van de Guiness, de geschiedenis hiervan beslaat zo’n 200 jaar. Er is ook een audiovisuele voorstelling over de geschiedenis van de brouwerij. Tevens is er gelegenheid om te genieten van de getapte Guiness in het proeflokaal. 

Ik hoop dat je een idee hebt gekregen wat je allemaal in Dublin kunt doen en welke bezienswaardigheden je kunt bezoeken.

Ben je nu enthousiast geworden en wil je deze en andere bezienswaardigheden in het echt zien dan kun je op onderstaande banner klikken voor mooie aanbiedingen naar Dublin.