Wenen

Wenen is de hoofdstad van Oostenrijk en ligt aan de rivier de Donau. In ca. het jaar 15 voor Christus werd op de plaats van de huidige binnenstad door de Romeinen een militaire post gebouwd. Dit was als bescherming tegen de Germanen. Voordat deze post gebouwd werd was er een Keltische nederzetting. In 1221 kreeg Wenen stadsrechten. Nu is Wenen een mooie stad met veel bezienswaardigheden.

Zo heb je het bekende Paleis Schönbrunn dat in de wijk Hietzing gelegen is. Dit is het zomerpaleis van de keizerlijke familie. In 1695 is de bouw begonnen en het werd pas halverwege de 18e eeuw voltooid. Hiervoor had op deze plek een jachtslot gestaan maar die was door de Turken grotendeels verwoest. Het paleis is omringt door een tuin met fonteinen en beelden waar heerlijk gewandeld kan worden. Er is onder andere de Gloriette te zien die op een heuvel achter het paleis ligt. Ook de Neptunusfonein is prachtig. Deze is gesitueerd aan de voet van de heuvel en werd door Franz Anton Zauner gemaakt. In het Palmenhuis is een uitgebreide collectie van exotische planten te zien. Het koetsenmuseum is ook een aanrader om te bezoeken. Hier bevindt zich de keizerlijke collectie van koetsen, sleden en draagstoelen. Het paleis zelf is ook open voor bezoekers. Er zijn verschillende vertrekken te bewonderen waaronder de Grosse Galerie waar vroeger grote banketten werden gehouden. Ook het Vieux-laque kamer met aan de wanden panelen met oosterse motieven is prachtig. En de spiegelzaal is ook te bezichtigen. Hier trad de jonge Mozart op.

De Stephansdom is een kathedraal gelegen in het middeleeuwse gedeelte van de binnenstad. De toren is 137 meter hoog.  Op de plaats waar nu de Stephansdom staat was vroeger een romaanse kerk uit de 13e eeuw. Mooi is de Singertor wat vroeger de ingang voor mannelijke bezoekers was. Hier is een reliëf te zien met taferelen uit het leven van Paulus. Links van het hoogaltaar staat de gevleugelde Wiener Neustädter Altar met schilderingen van 72 heiligen.  De tombe van keizer Frederik III bestaat uit rood marmer. Een portret van de keizer is op het deksel aangebracht. Op de Stephansdom liggen bijna een kwart miljoen geglazuurde dakpannen. Na de tweede wereldoorlog zijn deze gerestaureert.

Waar nu het Prater ligt was vroeger het keizerlijke jachtterrein. In 1766 werd het opengesteld door Jofez II voor het publiek. In de 19e eeuw kreeg het steeds meer weg van een pretpark met o.a. kermisattracties en kraampjes waar je eten en drinken kunt kopen. Een van de attracties is het reuzenrad vanwaar je een prachtig uitzicht hebt over het park. Het reuzenrad werd in 1896 gebouwd door Walter Basset. Je kunt ook een ritje maken met de Liliputbahn, dat is een minitreintje dat een route van 4 kilometer door het park aflegt. De Hauptallee is een mooie laan met aan weerskanten kastanjebomen waar het heerlijk wandelen is. Deze laan is 5 kilometer lang en loopt dwars door het Prater.

Als je door een mooie gerestaureerde buurt wil wandelen dan kan ik de Spittelberg aanbevelen. Dit is een buurt met leuke straatjes waaraan mooie gebouwen staan. Deze buurt werd vanaf 1970 volledig gerestaureerd waardoor het een leuke uitstraling heeft gekregen. Vroeger woonden in deze arbeidersbuurt vooral acteurs en kunstenaars. In deze buurt zijn vele cafés, restaurants en boetiekjes te vinden waardoor er een gezellige sfeer heerst. Van april tot november wordt er in de Spittelberggasse op zaterdag een kunst en kunstnijverheidsmarkt gehouden. Ook worden er Paas- en kerstmarkten georganiseerd. Dus een mooie buurt om eens door te wandelen.

Dit waren maar enkelen van de vele bezienswaardigheden die Wenen rijk is maar ik hoop dat je een beeld hebt gekregen van wat deze stad te bieden heeft.


Tijd voor thee

Thee komt van oorsprong uit China en waarschijnlijk komt het woord thee uit het Chinese Minnanyu dialect. In China werd thee al duizenden jaren geleden gedronken. In circa 1559 werd thee vermeld in de westerse literatuur. Een kleine hoeveelheid theebladeren werd rond 1610 naar Nederland gebracht waarna het in grote hoeveelheden door de VOC naar Nederland vervoerd werd. Vanaf de 18e eeuw werd thee veel gedronken in Nederland. Dit werd weliswaar alleen door de rijken gedronken omdat thee heel duur was. Camelia Sinensis is de naam van de theestruik.

Je hebt verschillende soorten thee, hierover ga ik meer vertellen.

Zwarte thee: Deze thee is volledig geoxideerd en wordt in Nederland het meest gedronken. Hierin heb je verschillende varianten waaronder; Ceylonthee, Earl Grey, Darjeelingthee en Lapsang souchong.

Groene thee: Gemaakt van niet geoxideerde, gevuurde of gestoomde theeblaadjes. Jasmijnthee is er een voorbeeld van.

Witte thee: Dit zijn gedroogde theeblaadjes van jonge theeknoppen die een keer in het jaar geoogst worden.

Gele thee: Dit is de meest zeldzame soort. Hij is deels geoxideerd van jonge theeknoppen.

Blauwe thee: Beter bekend onder de naam Oolong. Deze is deels geoxideerd.

Pu-Erthee: Dit is de enige gefermenteerde soort die wel meer dan vijftig jaar bewaard kan worden.

Er bestaan ook nog allerlei melanges, en thee met vruchtensmaak en kruidenthee. Voorbeelden hiervan zijn; rooibos, munt, kamille en sterrenmix. Deze soorten mogen eigenlijk geen thee genoemd worden omdat ze niet van de Camelia Sinensis komen.

In verschillende landen heb je ook speciale theeceremonies. Ik ga iets vertellen over de verschillende ceremonies die gehouden worden.

De Japanse theeceremonie is heel bekend en komt uit de Zen-traditie met zeer strikte regels en kan lang duren. Zo wordt elke handeling precies uitgevoerd zoals omschreven staat en zoals deze al eeuwenlang wordt gedaan. Je hebt twee varianten namelijk de chakai en de chaji. De eerste is een eenvoudige bijeenkomst met lichte thee en zoetigheden en een kleine maaltijd. De chaji is formeler en bestaat uit een volledige maaltijd gevolgd door zoetigheden en dikke en dunne thee. De chaji duurt minimaal vier uur.

In Marokko wordt muntthee geserveerd in kleine theeglaasjes. Na de bereiding van de thee dat volgens een vast ritueel gaat wordt het eerste glaasje ingeschonken. Maar dit wordt niet opgedronken, nee dit wordt terug geschonken in de pot. Dit doen ze om de smaken goed door elkaar te laten trekken. Daarna worden alle glazen ingeschonken op een speciale manier namelijk van zo hoog mogelijk. Daardoor komt er een dun laagje schuim op de thee. Ook staat het symbool voor gastvrijheid.

In Engeland hebben ze de afternoontea waarbij naast de thee nog lekkernijen geserveerd worden zoals scones, sandwiches en cake. Hij wordt tussen 16:00 en 17:00 geserveerd en is geïntroduceerd door hertogin van Bedford Anna. Voordat de avondmaaltijd genuttigd zou worden had ze regelmatig trek aan het eind van de middag waardoor bedienden voor haar thee met kleine hapjes klaarmaakten en zo was de afternoontea geboren want anderen gingen dit ook doen.

 Natuurlijk heb je in andere landen ook theeceremonies of dat thee op een bepaalde manier gedronken wordt maar ik heb deze eruit gekozen omdat ze de bekendste zijn.

Ik hoop dat je informatie hebt gekregen door mijn artikel maar mocht je toch nog vragen of opmerkingen hebben mag je mij altijd een berichtje sturen.